Skip to main content

Laten we beginnen met de feiten: In Nederland is een forse ondervertegenwoordiging van mensen met een beperking in politiek en bestuur. Dat blijkt uit een onderzoek van het Ministerie van Binnenlandse Zaken uit 2019. 

De schrikbarende conclusie is dat nog geen 0,5% van de in Nederland wonende mensen met een beperking actief is in een politieke of bestuurlijke functie. Terwijl tussen de 10 à 15% van de mensen in Nederland in meer of mindere mate beperkingen ondervindt als gevolg van een (chronische) ziekte, aangeboren aandoening of handicap. 

Als voorvechter van een inclusieve samenleving waarin iedereen gelijkwaardig kan meedoen, maak ik me hier zorgen over. Om verschillende redenen.

Herkenning

Ik denk dat je het wel herkent, het is fijn om politici te zien die deels op onszelf lijken. Iemand die ‘jouw taal’ spreekt en waarbij je het gevoel hebt dat diegene echt begrijpt waar je tegenaan aanloopt. En daarvoor opkomt. Maar er is nog een ander belangrijk onderdeel.

Tijdens het congres van GroenLinks-PvdA kwam Max, een jong persoon in rolstoel, naar mij toe gereden met de woorden “Ik ben zo blij dat ik kan stemmen op iemand die ook in een rolstoel zit!” Later zag ik op de sociale media een foto van ons samen en daarbij de tekst ‘Je herkennen in politici is lang niet vanzelfsprekend, daarom ben ik blij dat April Ranshuijsen op de lijst staat’. 

Ik sprak ook een jonge vrouw, met epilepsie en het labeltje verstandelijke beperking, zoals ze dat zelf noemt. Een labeltje omdat mensen denken dat de meeste dingen voor haar te moeilijk of gevaarlijk zijn. Dat voelt oneerlijk. Ze hoopt dat ik in de Tweede Kamer kom en dit verhaal vertel, ‘Jij snapt dit omdat jij ook elke dag meemaakt dat mensen anders tegen je doen.’ Ook wil ze heel graag een dag met mij meelopen om te ervaren hoe politiek in het echt is en wat zij daarin kan doen. Die afspraak staat.

Deze vorm van herkenning gaat verder dan vertrouwen dat iemand het goede zal doen.

Wat je niet ziet, bestaat niet

Ik ben opgegroeid met speciaal onderwijs, speciaal vervoer, speciale woongroepen en een speciale sportvereniging. En vervolgens keek men of ik met speciale regelingen ‘een vorm van werk’ zou kunnen doen. Ik heb heel lang moeten knokken om niet alleen gezien te worden als iemand met een beperking.

De enkele keer dat ik iemand met een handicap tegenkwam die zelfstandig ondernemer bleek, lector op een universiteit of een politicus was, gaf mij een boost. Het kon dus wel! Nu sta ik aan ‘de andere kant’ en vertellen mensen mij dat ik een voorbeeld ben. 

Ooit hoorde ik iemand zeggen: wat je niet ziet, bestaat niet. En dat is precies mijn punt. Het is na al die jaren nog steeds niet normaal dat mensen met een beperking een gelijkwaardig onderdeel zijn in ons werk, de sportclub, in de media of in de politiek. En dat is pijnlijk.

Inclusieve samenleving

Als we echt toe willen naar een inclusieve samenleving, dan moeten we de gescheiden werelden doorbreken. Ook in de politiek. Voor mij een belangrijke drijfveer om in de landelijke politiek te willen, de Tweede Kamer. Ik wil dit probleem publiekelijk bespreekbaar maken. Door gewoon mijn werk te doen en door het debat hierover actief aan te gaan.

En voor iedereen die op 22 november gaat stemmen:

Als je dit ook belangrijk vindt, kijk dan op de lijst van de partij waar jij op wilt stemmen of daar iemand staat die hieraan kan bijdragen.

In mijn volgende twee blogs over representatie ga ik in op hoe mijn vrienden en collega’s via mij worden geconfronteerd met hoe onze maatschappij is ingericht en – vaak onbedoeld – mensen buitensluit. En ga ik proberen je mee te nemen hoe mijn ervaring met een beperking helpt bij het maken van beleid op allerlei gebied, van toegankelijkheid tot onderwijs, en van wonen tot werken.

Wil je meer over mij weten? Volg mij ook op:

LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/aprilranshuijsen

Instagram: https://www.instagram.com/aprilranshuijsen

Facebook: https://www.facebook.com/aprilranshuijsen

X (Twitter): https://twitter.com/AprilRanshuysen